Nederlands-Turkse Betrekkingen

De Nederlands-Turkse betrekkingen zijn de internationale betrekkingen tussen Nederland en Turkije. Het was in 1612 de Nederlandse diplomaat Cornelis Haga die het recht van de Turkse sultan Ahmed I verkreeg om onder Nederlandse vlag handel te drijven in Istanboel. Hiermee was het Ottomaanse Rijk het eerste land dat de onafhankelijkheid van de Republiek der Verenigde Nederlanden erkende. De eerste onderlinge economische en culturele contacten tussen de twee landen ontstonden echter al enkele decennia eerder, halverwege de 16e eeuw. In 1923 was Nederland tevens het eerste land dat de onafhankelijkheid van de Turkse Republiek erkende .

De eerste betrekkingen tussen Nederland en Turkije vonden plaats tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) tussen de Nederlandse republiek en Spanje. In opdracht van Willem van Oranje reisden twee delegaties in 1568 en 1574 af naar het Ottomaanse Rijk, dat eveneens in oorlog was met de katholieke Spanjaarden. De Turkse sultan besloot de Nederlandse opstandelingen te ondersteunen en al snel werd ´Liever Turks dan Paaps´ een populaire leus onder de Watergeuzen.

Hoewel het Ottomaanse Rijk met deze alliantie het eerste land werd dat een alliantie aanging met Nederland, was er formeel gezien nog geen sprake van officiële diplomatieke betrekkingen. Dit was pas het geval in 1612, toen de Schiedamse jurist Cornelis Haga als eerste Nederlandse gezant arriveerde in Istanbul. In feite was dit de eerste erkenning van de Nederlandse Republiek als een soeverein land, een gegeven dat door de meeste Europese landen pas werd geaccepteerd na het einde van de Tachtigjarige Oorlog met de Vrede van Westfalen in 1648.
Al vrij snel na de aankomt van Haga in Istanbul ontstonden de eerste handelsbetrekkingen tussen de Republiek en het Ottomaanse rijk. Dit gebeurde in de vorm van de zogeheten ´capitulaties´ (letterlijk: hoofdstukken), speciale documenten waarin de sultan bepaalde juridische en economische privileges verleende aan de Nederlandse kooplieden. Aanvankelijk bevonden zij zich alleen in de hoofdstad Istanbul, maar gedurende de 17e eeuw verspreidde het Nederlandse handelsnetwerk zich over een aanzienlijk aantal Ottomaanse steden, waaronder Athene, Cairo en Izmir.
Na het einde van de Gouden Eeuw raakte de Nederlandse republiek haar status als economische wereldmacht in rap tempo kwijt. Hiermee werd ook het belang van de Nederlandse handel en daarmee de status van Nederland in het Ottomaanse rijk steeds minder groot. Toch bleven de diplomatieke betrekkingen tussen de twee landen in de 18e en 19e eeuw gehandhaafd. Sterker nog, in 1855 besloot de Ottomaanse sultan zelfs een officiële gezant in Nederland te vestigen. Vanaf dat moment was er niet langer sprake van een unilaterale (eenzijdige), maar van een bilaterale diplomatieke band.
Vanaf het einde van de 19e eeuw raakte ook het Ottomaanse Rijk steeds verder in verval. Uiteindelijk resulteerde dit in 1923 in de stichting van de Republiek Turkije onder leiding van Mustafa Kemal Atatürk , leider van de Jonge Turken. Vervolgens was Nederland één van de eerste Europese landen die betrekkingen met het nieuwe land aanging. De Nederlandse gezant aan het Ottomaanse Rijk kreeg meteen een nieuwe functie als ambassadeur in Turkije en koningin Wilhelmina stuurde zelfs een hoogstpersoonlijke felicitatie aan de nieuwe president Atatürk. Niet veel later werden deze goede betrekkingen officieel vastgelegd met de ondertekening van een Turks-Nederlands vriendschapsverdrag op 16 augustus 1924.
Na de Tweede Wereldoorlog kreeg de relatie tussen Nederland en Turkije een nieuwe dimensie door de komst van tienduizenden Turken naar Nederland. Deze migratie vond plaats op initiatief van Nederland zelf, dat kampte met een groot arbeiderstekort en in 1964 zelfs een officiële wervingsovereenkomst sloot met Turkije. Tegenwoordig wonen er naar schatting bijna 400.000 mensen met een Turkse afkomst in Nederland.