Nederland

basiskaart-nederland-(1280x1024)

Nederland is een land dat deel uitmaakt van het Koninkrijk der Nederlanden. Het wordt in het westen en noorden begrensd door de Noordzee, langs de oostgrens door Duitsland en in het zuiden door België. De hoofdstad van Nederland is Amsterdam, de regeringszetel is Den Haag. De Caribische eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba maken als bijzondere gemeenten deel uit van het land.
Nederland heeft een inwonertal van 16.877.351 (2014) en met een oppervlakte van 41.543 km² een hoge bevolkingsdichtheid van 406,3/km² (2014). Ruim 18% van het oppervlak bestaat uit water en een groot deel van het land en de bevolking bevindt zich onder zeeniveau. Het land wordt beschermd tegen het water door middel van een systeem van dijken en waterwerken. Door landwinning zijn polders gecreëerd. Bestuurlijk is het land verdeeld in twaalf provincies. Nederland heeft 16.877.351 (2014) inwoners. Vergeleken met de rest van Europa is de Nederlandse bevolking de laatste anderhalve eeuw relatief snel gegroeid: 3 miljoen in 1850, 5 miljoen in 1900, 10 miljoen in 1950, 16 miljoen in 2000.[12] Ter vergelijking: de Belgische bevolking groeide van anderhalf keer zo groot als Nederland (4,5 miljoen in 1850) tot ruim een derde kleiner (10 miljoen in 2000). Het Centraal Bureau voor de Statistiek verwacht dat de bevolking zal toenemen tot een maximum van 17,5 miljoen in 2038, waarna een bevolkingsafname volgt.

e2204

Windmolens

Euromast Rotterdam

 

 

 

 

 

 

 

 

Met een bevolkingsdichtheid van 406,3/km² (2014) hoort Nederland bij de 30 dichtstbevolkte landen ter wereld. Nederland telt geen enkele stad met meer dan een miljoen inwoners; wel zijn er 31 gemeenten die meer dan 100.000 inwoners hebben. De vier grootste steden zijn Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht, alle vier gelegen in het westen van het land. Daartussen en daaromheen ligt een krans van middelgrote plaatsen, die tezamen de zogeheten Randstad vormen. Ongeveer 40% van de Nederlandse bevolking is hier op een veel kleiner percentage van het landoppervlak geconcentreerd rondom een betrekkelijk open ruimte, het zogeheten Groene Hart.
Nederland heeft door de eeuwen heen een aanzienlijke immigratie gekend, die in meer of mindere mate geïntegreerd en geassimileerd zijn. Volgens cijfers van het CBS van 1 januari 2005 is 80,9% van de bevolking Nederlands, 2,4% Indonesisch, 2,4% Duits, 2,2% Turks, 2,0% Surinaams, 1,9% Marokkaans, 0,8% Antilliaans en Arubaans en 6,0% anders.
Sinds 2005 zijn de Friezen erkend als nationale minderheid onder het Kaderverdrag inzake de bescherming van nationale minderheden.
Tegenwoordig is Nederland een van de meest ontwikkelde landen als ’s werelds zevende economie naar bbp per hoofd van de bevolking (2009). Het bezet de vierde plaats in de index van de menselijke ontwikkeling (2013). De Nederlandse economie steunt vooral op een zeer hoog ontwikkelde land- en tuinbouwsector, de dienstensector en de internationale handel, met name op de doorvoer van goederen naar Duitsland.
Nederland is sinds 1848 een parlementaire democratie onder een constitutionele monarchie, een staatsvorm waarbij de macht gedeeld wordt door de koning(in), de ministers en het parlement. Nederland was medeoprichter van onder meer de Europese Unie, de G-10, de NAVO, de Wereldhandelsorganisatie en de OESO. Met België en Luxemburg vormt het de Benelux. Den Haag speelt een belangrijke internationale rol op juridisch gebied, als locatie voor vier internationale tribunalen en Europol.

De bewoningsgeschiedenis van Nederland is sterk verbonden met het ontstaan van de Nederlandse ondergrond. De omgeving veranderde niet alleen door de verdrinkingsgeschiedenis van de Schelde, Rijn, Maas en Eems tijdens het Holoceen, maar andersom is bewoning van grote invloed geweest op het huidige Nederlandse landschap met polders en dijken, met name in de laatste 1000 jaar.De noodgedwongen collectiviteit zorgde voor een bestuur en mentaliteit die mede bijdroegen tot het latere succes van de Nederlandse handel, waarbij ook de geografisch gunstige ligging aan zee en waterwegen van groot belang was. De Nederlandse gewesten hebben door de geschiedenis heen wisselende onderlinge relaties gehad, soms samenwerkend, soms rivaliserend.

De eerste ooggetuigenverslagen die de Nederlanden beschrijven zijn het gevolg van de komst van de Romeinen. Deze zouden hier uiteindelijk enkele honderden jaren blijven. In de Commentarii rerum in Gallia gestarum beschreef de generaal Julius Caesar zijn gevechten in 57 v.Chr. tegen de Belgae in de zuidelijke Nederlanden. Deze Gallische oorlog (58 – 52 v.Chr.) markeert daarmee de overgang van de prehistorie naar de protohistorie van het gebied van de huidige Nederlanden. Overleveringen uit deze periode zijn echter nog steeds schaars; vermoedelijk is veel verloren gegaan. Pas vanaf de twaalfde eeuw neemt het aantal bronnen toe.Vervolgens heeft Nederland een geschiedenis waarin volkeren als de Franken, Friezen, Saksen, Habsburgers en Bataven een grote rol hebben gespeeld .

Gesloten waterkering/Nieuwe Waterweg

 

 

 

 

 

 

 

Belangrijke keerpunten zijn de Opstand met zijn onafhankelijkheidsverklaring die vooraf ging aan een periode van grote voorspoed, een lange periode van verval.Nederland werd onafhankelijk tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648), waarin de gezamenlijke Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden tegen de Spaanse overheersing in opstand kwamen. In 1579 vormden de Noordelijke Nederlanden de Unie van Utrecht, waarmee een nieuwe politieke entiteit ontstond. Met de Acte van Verlatinghe van 1581 werd door de gewesten van die unie de onafhankelijkheid van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden uitgeroepen, die rond 1609, bij het begin van het Twaalfjarig Bestand internationale erkenning kreeg en na afloop van de Tachtigjarige Oorlog in 1648 ook van Spanje bij de Vrede van Münster. En in 1795 de Franse inval die het einde betekende van de Republiek.Vanaf de Franse tijd (1795-1813) ontwikkelde Nederland zich tot een natiestaat, aanvankelijk als het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden in 1815, dat door de Belgische Revolutie in 1830 echter alweer uiteenviel.

Van 1914 tot 1918 was er een grote oorlog in Europa. Het was de eerste keer dat er veel landen uit de hele wereld meevochten. Daarom noemen we die oorlog de Eerste Wereldoorlog. Nederland  vocht niet mee, maar toch merkten we de gevolgen.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog was er ruzie tussen twee partijen. Aan de ene kant had je Engeland, Frankrijk en Rusland. En aan de andere kant had je Duitsland, Oostenrijk en Turkije. Nederland had met deze ruzie niets te maken, Nederland was neutraal. Dat betekende dat Nederland geen partij koos tussen de vechtende landen.

Door de oorlog was ook zakendoen met het buitenland erg moeilijk. Reizen was in die tijd levensgevaarlijk. Ook op zee was er oorlog. Daarom konden Nederlandse schepen de havens niet uit. Steeds meer Nederlanders raakten hun werk kwijt. En er kwam zelfs honger. In 1917 en 1918 was er in Amsterdam en Rotterdam grote ruzie en onrust. Dat kwam door de honger en de armoede.

Na de oorlog veranderde er veel in de buurlanden van Nederland. Zo werd in Duitsland de keizer weggestuurd, dit land werd dus een republiek. Ook in Nederland wilden sommige mensen van de koningin af, maar dat lukte niet. De meeste Nederlanders wilden geen republiek. Zij wilden de koningin houden. En zo bleef Nederland een koninkrijk.

 

Met de uitbraak van de Tweede Wereldoorlog in 1939 verklaarde Nederland zich neutraal. Toch werd het op 10 mei 1940 binnengevallen door Duitsland tijdens Operatie ‘Fall Gelb’. Ondanks zwaar verzet bij onder meer de Grebbeberg en de Afsluitdijk moest het Nederlandse leger zich na het bombardement op Rotterdam toch overgeven. De regering en koningin Wilhelmina weken uit naar Engeland, terwijl de Duitsers het bestuur overnamen. De Oostenrijker Arthur Seyss-Inquart werd Rijkscommissaris van Nederland.

resolve

Wrak van door Duitsers neergeschoten Engels gevechtsvliegtuig

tweede wereld

 

 

 

 

 

 

Onder zijn leiding werd 75 procent van alle joden in Nederland gedeporteerd. Dit gebeurde met hulp van leden van de Nationaal-Socialistische Bond (NSB), die onder leiding stond van Anton Mussert. Hiertegen ontstond geleidelijk aan steeds meer weerstand, dat zich organiseerde in het verzet. In het najaar van 1944 werd het zuiden van Nederland bevrijd door het Engelse, Amerikaanse en Canadese leger. Deze samenwerkende legers werden de ‘geallieerden’ genoemd. Het gebied boven de grote rivieren (vooral de grote steden in het westen) was nog niet bevrijd. Zij hadden te lijden onder een verschrikkelijke ‘hongerwinter’. Er was bijna geen eten meer. Mensen aten bijvoorbeeld tulpenbollen om in leven te blijven. Meer dan 20.000 mensen stierven van honger.
Op 5 mei 1945 gaf het Duitse leger zich over en was heel Nederland bevrijd. Op dat moment was Nederlands-Indië nog bezet door het Japanse leger, dat (samen met Italië) aan de kant van Duitsland stond. Japan gaf zich over op 15 augustus 1945.

Bevrijding Nederland

Bevrijding Nederland