Istanbul

5681-hayabusa-bogazici-koprusu-4146-950px

Istanbul / Boğaziçi brug

Als de wereld slechts één enkele staat was, zou Istanbul de hoofdstad zijn.” Dit zijn de woorden van niemand minder dan Napoleon Bonaparte en ze geven aan hoe belangrijk Istanbul in zijn tijd was.

Istanbul is een stad in het Europese en Aziatische deel van Turkije en was de hoofdstad van het Ottomaanse Rijk. Daarvoor was ze onder de naam Constantinopel hoofdstad van het Byzantijnse Rijk. De stad is oorspronkelijk gesticht door Griekse kolonisten in 667 v.Chr. en werd door hen Byzantion (Latijn: Byzantium) genoemd.Met 14 miljoen inwoners is Istanboel de grootste stad van Turkije. De stad bestaat uit 27 districten, die tezamen de hoofdstad van de gelijknamige provincie vormen.

Constantinopel stond bekend onder vele namen: het Nieuwe Rome, het Nieuwe Jeruzalem, de Koningin der Steden, de Stad der Heiligen, de Rode Appel, het Oog van de Wereld. Voor de herkomst van de Turkse naam İstanbul worden verschillende verklaringen gegeven. Hij zou van het Griekse Konstantinoupolis zijn afgeleid. Een andere verklaring is dat het van het Griekse(Oudgrieks eis tèn polin; Middelgrieks is tin polin) (‘naar de stad’) is afgeleid; in het vroegere Byzantijnse Rijk werd de hoofdstad Constantinopel vaak informeel aangeduid als “de Stad”. In het Latijn heette de stad Constantinopolis, in formeel Turks: Konstantiniyye, in veel Slavische talen sprak men van Tsargrad.In de Vikingtijd werd Istanboel Miklagard (de grote stad) genoemd.

Istanbul-1152x2048

Istanbul

kiz kulesi_istanbul

Istanbul / Kız kulesi

 

 

 

 

 

 

Byzantium was een oorspronkelijk Griekse stad, gesticht door kolonisten uit Megara in 667 v.Chr.. Volgens de legende noemden zij de stad Byzantion naar hun koning Byzas. Lange tijd was Byzantium een welvarende Griekse stadstaat totdat ze door de Macedoniërs werd veroverd. Toen Macedonië enkele eeuwen later werd verslagen door de Romeinen werd ze een belangrijke stad in het Romeinse Rijk.De stad stelde zich aan de zijde van Pescennius Niger in diens strijd om de Romeinse keizerstroon, en werd van 193-195 belegerd door diens rivaal Septimius Severus. De stad werd ernstig beschadigd in deze belegering, maar Septimius Severus, nu keizer, herbouwde de stad en zij herwon snel haar vroegere welvaart.

Keizer Constantijn de Grote, die de hoofdstad van het Romeinse Rijk naar het belangrijkere Oosten van het rijk wilde verplaatsen, werd door de geschikte locatie van de stad aangetrokken. Byzantium was inderdaad een zeer gunstige locatie: aan drie kanten omringd door water en dus relatief gemakkelijk te verdedigen, ze beheerste de strategische Bosporus en veel handelsroutes tussen Europa en Azië kwamen hier samen. De belangrijkste Romeinse rijksinstellingen, zoals onder andere administratie en belastingheffing, werden overgeplaatst naar Byzantium en door alle gerelateerde organisaties die meekwamen groeide de stad explosief. In 330 werd Byzantium officieel herdoopt als Nova Roma (Latijn voor ‘Nieuw Rome’), maar de stad werd  al snel beter bekend onder de naam Konstantinoupolis (Grieks voor stad van Constantijn). Constantinopel werd de nieuwe hoofdstad van het Rijk.

Constantinopel was eerst 65 jaar lang de hoofdstad van het Romeinse Rijk en vanaf 395, bij de dood van Theodosius I, toen het westelijke deel van het Rijk definitief afgescheiden was, die van het oostelijke deel, dat later het Byzantijnse Rijk zou worden genoemd. Constantinopel werd voortdurend uitgebreid en verfraaid door de opeenvolgende keizers en vooral Justinianus heeft vele grootse bouwwerken opgericht. De stad was een van de grootste en schitterendste steden ter wereld gedurende de late oudheid en de vroege- en hoge middeleeuwen. Omstreeks 500 telde de stad ongeveer 500.000 inwoners, maar tijdens de verschrikkelijke Pest van Justinianus in 542 verloren circa 230.000 mensen het leven. Later trad er weer een herstel op, maar het is twijfelachtig of het aantal van 500.000 inwoners weer werd gehaald.

Maar ook met 300.000 inwoners, of iets meer, zou Constantinopel, door de Griekssprekende Byzantijnen ook wel I Polis (“De Stad”) genoemd, eeuwenlang de grootste stad van Europa zijn. Het culturele leven van het Byzantijnse Rijk was voor een zeer groot deel in de hoofdstad geconcentreerd. Talrijke merendeels rijke kloosters waren in de stad gevestigd en het hoofd van de oosterse kerk had er zijn zetel. De Griekse taal had sinds de 7de eeuw volledig de overhand gekregen op het Latijn, toen ook het hof het Grieks als officiële taal ging gebruiken. Een in ere gehouden Romeinse traditie waren nog de luxueuze badhuizen (thermen) waar men zich kon ontspannen. In Constantinopel was ook de zogenaamde Universiteit van Constantinopel gevestigd, in de 5de eeuw gesticht door Theodosius II, die waarschijnlijk voortbouwde op de oudere Atheense filosofenschool. Volgens sommige historici zou de bij deze universiteit behorende bibliotheek een groot deel van de Bibliotheek van Alexandrië hebben bewaard. De bevolking was vroom orthodox-christelijk, op het fanatieke af. Behalve om dogmatische geschillen konden de gemoederen ook hoog oplopen om de paardenraces in het grote Hippodroom van de stad, waar de fans van de “Groenen” en de “Blauwen” (twee concurrerende teams van wagenmenners die oorspronkelijk uit Rome afkomstig waren) vaak bloedig met elkaar op de vuist gingen.

In 1204 werd deze bloeiende stad echter ingenomen door de kruisvaarders van de Vierde Kruistocht en werd ze door hen grondig geplunderd. De meeste in eeuwen verzamelde schatten, waarvan vele nog uit het keizerlijke Rome afkomstig waren, werden naar West-Europa versleept, vernietigd of omgesmolten. De meeste kostbaarheden gingen naar Venetië waar ze heden nog te zien zijn. De Venetianen waren trouwens ook de initiatiefnemers voor deze plundertocht want ze wilden deze gelegenheid aangrijpen om de handelsconcurrentie van Constantinopel uit te schakelen. De Venetianen hadden aangeboden de kruisvaarders naar het Midden-Oosten te vervoeren met hun handelsvloot en Constantinopel als ‘tussenstop’ te gebruiken. Eenmaal ontscheept bij de stad wist de meegereisde Doge van Venetië de Europese ridders over te halen om de ‘ketterse’ Byzantijnen aan te vallen. Hoogstwaarschijnlijk was dit dan ook een vooropgezet voornemen geweest van de Venetianen. Over het hervatten van het oorspronkelijke doel van de kruistocht (de bevrijding van Jeruzalem van de moslims) werd niet meer gesproken. De stad bleef in Latijnse handen tot 1261 waarna de Grieken erin slaagden de stad weer te heroveren. Sinds de plundering was de stad flink verarmd en slaagde ze er ook niet meer in om de handelsroutes rond de Zwarte Zee te beheersen, waar vroeger haar grootste inkomsten vandaan kwamen.

Gedurende de middeleeuwen waren met name islamitische veroveraars erop gebrand Constantinopel in te nemen.Tweemaal werd de stad door de Arabieren belegerd: van 669 tot 679 en opnieuw in 717. Evenmin als eerder de Gothen, Hunnen, Slaven, Avaren en Perzen, en later de Bulgaren, Russen (viermaal tussen 860 en 1043) en Pecheneq-Turken.De Turken slaagden erin de machtige landmuren te doorbreken. Geen stad ter wereld heeft zoveel belegeringen door-staan als Constantinopel. Slechts eenmaal was de stad (vanaf het water) ingenomen: door de Kruisvaarders en Venetianen in 1204.

En dan het historische jaar 1453. Na een belegering van 54 dagen slaagde de Osmaanse sultan Fatih Sultan Mehmet II erin een groot gat in de stadsmuren te slaan en Constantinopel in te nemen.

Het leger dat op vrijdag 23 maart 1453 Edirne verliet en oostwaarts naar Constantinopel marcheerde bestond uit de Turkse sipahi: geharnaste edelen te paard die grond kregen in het gebied dat zij hadden helpen veroveren en de janitsaren: destijds ongeveer vijfduizend infanteristen, slaven van de sultan, die als kind gerekruteerd waren onder de christelijke bevolking van de Balkan. Afgesneden van hun rootsen tot moslim gemaakt, opgroeiend in de omgeving van de heerser die hun bijzondere carrièrekansen bood (ook de generaals en ministers van het rijk kwamen voort uit deze geprivilegieerde slavenkaste), waren deze troepen extreem loyaal en vormden zo een ideaal tegenwicht tegen de onafhankelijk ingestelde, landbezittende sipahi-aristocratie. De janitsaren waren beroemd om hun discipline en gevreesd om hun doodsverachting. Deze tweevoudige kern werd aangevuld met goed getrainde Turkmeense boogschutters te paard .

Fatih_Sultan_Mehmet_1453_by_SuSaM          05728-Istanbulun-fethi

 

 

 

De verdediging van de stad werd geleid door de laatste Byzantijnse keizer, Constantijn XI, destijds ongeveer veertig jaar oud en een ervaren militair en organisator. In de Griekse nationalistische traditie geniet hij een even heilig ontzag als Mehmet in de Turkse. Constantijn wist wat hem boven het hoofd hing. Al in 1451 waren de Osmanen begonnen met de bouw van twee forten op de oevers van de Bosporus, op Byzantijns grondgebied. Het was duidelijk waar dit zogeheten Kasteel Europa(Rumeli Hisari) en Kasteel Anatolië voor bedoeld waren:
om de vaargeul te kunnen afsluiten en op deze manier de bevoorrading van Constantinopel lam te leggen. Constantijn had officieel protest aangetekend maar Mehmet had hem zelfbewust geantwoord: “Beide oevers behoren mij toe, Europa én Azië.” De keizer wachtte niet af en bracht de stad in gereedheid voor een belegering. Bruggen werden afgebroken, poorten dichtgemetseld, wapens en iconen naar de muren gebracht. Keizer Constantijn liet daarnaast een grote ketting spannen over de Bosporus, zodat de Ottomaanse schepen de stad niet vanuit de Gouden Hoorn konden aanvallen.Dit veranderde nadat Fatih Sultan Mehmet besloot om zijn schepen over land op houten palen om de ketting heen te rollen, waarna zij achter de ketting weer te water werden gelaten. De keizer deed bovendien een oproep uitgaan naar de christelijke vorsten van Europa omde heilige stad van Constantijn de Grote te helpen verdedigen tegen de islam. Hij vond geen enkel gehoor. De rivaliteit tussen de katholieke en Grieks-orthodoxekerk, was daaraan met name debet. Ten einde raad accepteerde Constantijn het gezag van de paus, in de hoop dat deze zou op-roepen tot een kruistocht tegen de Turken, en voerde in de voornaamste basiliek van zijn stad, de Haghia Sophia, de katholieke liturgie in.De paus liet ondertussen niets van zich horen.De Genuese generaal Giovanni Giustiniani was de enige die zich met 700 soldaten meldde in Constantinopel, voordat Mehmet op 6 april 1453 de stad omsingelde.

Twierdza_Rumeli_Istambuł_RB1

Kasteel Europa/Rumeli Hisarı

Halic

Gouden Hoorn werd afgesloten met kettingen door de Byzantynen

 

 

 

 

 

 

Constantijn had evenwel één troef in handen: de muren van Constantinopel. Het gehele, enorme oppervlak van de stad was ommuurd. Aan de Zee van Marmara en langs de oevers van de Gouden Hoorn liepen de moeilijk benaderbare Zeemuren. Aan de westelijke landkant strekten zich de vermaarde Muren van Theodosios uit, meer dan 6,5 kilometer lang van zuid naar noord, drievoudig met een diepe gracht ervoor en voorzien van 192 gevechts-torens. De muren waren gebouwd tussen 412 en 422 n.Chr. en hadden talloze aanvallen weerstaan. De muren golden, indien adequaat bemand,als onneembaar. Nog maar dertig jaar geleden, in 1422, hadden de Osmanen de stad ook al eens tevergeefs aangevallen. Groot was dan ook de ontsteltenis onder de Grieken toen op de tweede dag van het Griekse Paasfeest de Osmaanse troepen, “even talrijk als de sterren”, uit de heuvels van het Belgrade Woud naar beneden stroomden.

Grote-Muur-van-Constantinopel-Ruïnes-van-de-muur-van-Theodosius

De muren van Theodosius

Muren-van-Constantinopel

De muren van Theodosius

  

 

 

 

 

 

Maar ook Mehmet bleek een troef in handen te hebben: belegeringsartillerie. Al vanaf het begin van de vijftiende eeuw bestond er, met name in Italië, een wedloop om zo groot mogelijke kanonnen te gieten. Iedere zichzelfrespecterende vorst bezat er een. Zo had Milaan de “Onoverwinnelijke Galeazza” en werd Siena beschermd door een kanon van 8,5 ton dat 130 kilo zware steenblokken afschoot. In Gent had men de “Dulle Griet”: 15 ton zwaar en 5,5 meter lang. Maar de stukken die de Hongaarse gieter Orban voor Mehmet maakte, overtroffen in omvang alles wat eerder was gedaan. Bijna zes meter lang waren ze en in staat om granieten kogels van 300 kilo af te schieten. En Mehmet bracht niet één maar dertien van deze reuzenkanonnen mee. Elk stuk werd voortgesleept door driehonderd Anatolische boeren en honderdveertig ossen over een van tevoren geprepareerde weg.

ıstanbulsurları

De muren van Theodosius

ıstsur

De muren van Theodosius

 

 

 

 

 

 

 

Het duurde uren en soms dagen voordat de kanonnen waren ingeschoten. Bovendien vuurden ze niet veel vaker dan twee of driemaal per dag. De gaten in de muren werd ’s nachts door de verdedigers weer opgevuld met puin en houten palissades. Zo duurde het nog twee maanden voordat de Osmanen doorbraken. De verdedigingswerken waren inmiddels zo zwaar beschadigd dat de buitenmuren op maar liefst negen plaatsen doorbroken waren  en de verdedigers dermate uitgeput en gedemoraliseerd, dat de afloop bij voorbaat vaststond. Keizer Constantijn woonde een laatste mis bij en nam afscheid van zijn aanvoerders en hovelingen. Hij legde zijn regalia af en verdween in het strijdgewoel bij de Romanus Poort. In de namiddag reed Mehmet de Veroveraar op een wit paard de stad binnen. Constantinopol was in handen van de Turken gevallen.De val van Constantinopel wordt vaak gezien als een keerpunt in de geschiedenis, zelfs als het officiële einde van de middeleeuwen. In één opzicht is dat ook wel terecht: de efficiëntie en grootschaligheid van het Osmaanse gebruik van vuurwapens, een terrein waarop zij ook de volgende anderhalve eeuw op Europa zouden blijven voorlopen, veranderde de oorlogvoering wezenlijk.

Hagia Sofia / Ayasofya

Hagia Sofia/ Ayasofya

            

 

 

 

 

 

 

Bezienswaardigheden in Istanbul:

Klik op de blauwgekleurde woorden voor meer informatie.

-Enkele tientallen kerkgebouwen, waaronder de Haghia Sofia, de Hagia Irene, de Pammakaristoskerk en de Chorakerk, thans musea, en actieve kerken zoals de Sint-Antoniuskathedraal
-Enkele tientallen synagogen, waaronder de Neve Shalom-synagoge en de Asjkenazi-synagoge.
-Honderden moskeeën waarvan de beroemdste: de Süleymaniye-moskee, Sultan Ahmetmoskee, Sokollu Pasamoskee, Eyüp Sultan-moskee, Nieuwe Moskee, Fatih-moskee.
-Het Topkapıpaleis, dat tegenwoordig ook enkele musea huisvest.
-Het Dolmabahçepaleis, dat de 19e-eeuwse sultans van de westerse faciliteiten moest voorzien.
-De Grote Bazaar van Istanbul, een van de eerste en grootste overdekte winkelcentra in de wereld.

-De Galatatoren biedt uitzicht over het oude gedeelte van de stad.
-De Caferağa Madrassa, een voormalige school naast de Hagia Sophia, nu een cultureel-toeristisch centrum voor handnijverheid.
-De Muren van Constantinopel en naastgelegen Sulukule, de oudste zigeunerbuurt van Europa.

-Het Kasteel van Roemelië, een fort aan de Bosporus dat werd gebouwd door de Turken vlak voor de inname van de stad, recht tegenover het oudere en kleinere Kasteel van Anatolië.
-Het ruïnes van het Boukoleon Paleis, het oude keizerlijke paleis van de Byzantijnen.
-Het Hippodroom van Constantinopel, een park in de vorm van het oude hippodroom met enkele gedenkpilaren.
-Het Aquaduct van Valens dat dwars over de Ataturk Avenue loopt
İstiklal Caddesi, de belangrijkste winkel- en uitgaansstraat in het Europese Istanbul.
Kız Kulesi, De maagdentoren op een eiland in de Bosporus.
-Ortaköy, Beşiktaş, Kadıköy, Beylerbeyi en Moda. Deze oude dorpskernen zijn minder druk en toeristisch. Echter kan men juist hier nog bijzonder veel bouwwerken zoals moskeeën en kerken uit de 18e en 19e eeuw vinden, waaronder de barokke Ortaköy-moskee
-Twee bruggen verbinden de Europese en Aziatische delen van de stad: de Bosporusbrug en de Fatih Sultan Mehmetbrug, genoemd naar Mehmet de Veroveraar.
-Over de Bosporus kan men een boottocht maken.
-De Tünel, de eerste ondergrondse spoorweg op het Europese continent.
-De Prinseneilanden, negen autoloze eilanden in de Zee van Marmara, waarvan er 4 bezocht kunnen worden per boot. Op de eilanden zijn veel traditionele houten Turkse huizen te bezichtigen.
-De Basilica Cisterne, de Cisterne van Philoxenos en de Cisterne van Theodosius, enkele Byzantijnse ondergrondse wateropslagplaatsen.
-Taksimplein, een groot centraal plein aan het hoge eind van de İstiklal Caddesi, met onder andere een standbeeld voor Ataturk en de republiek.